De laatste jaren word ik steeds beter in opruimen. Kleding in drie verschillende maten? Wat niet meer leuk is of waarschijnlijk echt nooit meer gaat passen, breng ik naar de lokale kringloopwinkel. Tuinmeubels in de schuur die nog altijd geen plekje op het erf hebben gekregen? Op Marktplaats. De fiets met drie versnellingen die ondanks goede voornemens stil bleef staan toen er een e-bike kwam? In de verkoop.
Maar dan boeken. Al jarenlang en in verschillende huizen heb ik een enorme boekenkast in de kamer staan. Het begon ooit met drie planken op een studentenkamer, die al snel doorbogen onder het gewicht van al het leesvoer dat ik aanschafte. In de loop der jaren kwam er wel een e-reader, maar ik kan niet wennen aan digitaal lezen. Het heeft heus zijn voordelen: de verlichting achter de tekst (fijn om in bed te lezen als je partner al slaapt), de mogelijkheid de letters groter te maken (ideaal naarmate de jaren verstrijken) en de minimale bagage tijdens een vakantie. Een e-reader neemt aanzienlijk minder ruimte in dan acht lekker dikke pillen – en je komt sowieso nooit zonder een mooi boek te zitten in het buitenland. Maar ik houd van papieren boeken. Ik wil kunnen terugbladeren, weet precies waar ook alweer stond wie die man met de paarse regenjas is die ineens op pagina 146 weer opduikt (helemaal in het begin, linksonder op een pagina) en vind het plezierig om aan de hand van mijn boekenlegger te zien waar ik ben in het verhaal.
Het heeft heus zijn voordelen. Maar ik houd van papieren boeken.
Inmiddels heb ik dus veel teveel boeken om allemaal een plek te geven in de woonkamer. En hoewel ik de illusie koester dat ik ooit op een dag heel veel tijd zal hebben en al mijn boeken nog één keer ga lezen, weet ik van sommige boeken dat het tijd wordt om afscheid te nemen. Maar wat doe je daar dan mee? In de oud papierbak gooien voelt als een doodzonde. De minibieb van mijn buurvrouw blijkt de perfecte bestemming.
Vlakbij de inrit van haar huis heeft ze een fris geschilderd kastje neergezet, met een dakje erop, een glazen deurtje ervoor en een vrolijke vlag eraan. Er staat een bankje naast voor wie niet kan wachten om te beginnen met lezen. Voorbijgangers mogen gratis een boek uit haar minibieb halen en dit boek lenen, hebben of ruilen voor een ander boek. “Wat ik vooral heel leuk vind, is de verbinding die zo’n kastje brengt”, zei mijn buurvrouw op een ochtend. “Ik heb al zoveel leuke gesprekken gevoerd met wildvreemden én met buurtbewoners die ik anders zelden spreek. Heel regelmatig komen ze even neuzen om te zien of er alweer wat nieuws van hun gading in staat.”
De minibieb van mijn buurvrouw blijkt de perfecte bestemming.
We kijken over de keukentafel uit naar de minibieb bij haar oprit en zien ineens twee oudere mensen van de fiets stappen. Ze nemen plaats op het bankje naast de minibieb en zijn niet veel later verdiept in een stapel Donald Ducks. We horen ze door het keukenraam hardop lachen met elkaar. Lang leve het platteland, waar mensen nog tijd en ruimte ervaren om letterlijk en figuurlijk even stil te staan. En lang leve de minibieb, die verbinding brengt en boeken een tweede leven geeft. Het is dat wij op 850 meter van de doorgaande weg wonen, anders had ik er zelf ook beslist eentje ingericht.
Deze column is eerder verschenen in Landidee (augustus 2025, nummer 7), een uitgave van Vipmedia.


