Een van de heerlijkheden van de zomer vind ik dat de televisie vaak avonden achtereen uit blijft. Als het lang licht is buiten, verdwijnt de behoefte aan spannende series, aan spelprogramma’s en zelfs het journaal. We scharrelen door de tuin, maaien het gras, plukken onkruid uit de borders, spelen met de hond in de boomgaard of maken een fietstocht over de Veluwe – niet zelden in de richting van onze favoriete ijssalon.
Wat een rust geeft het om niet voortdurend naar een scherm te kijken. Om na een werkdag lekker buiten te zijn in het groen. De beelden van uitgehongerde kinderen, totale verwoesting van gebieden, stompzinnige regeringsleiders, klimaatrampen en oorlog gingen me dit jaar door merg en been. Regelmatig voelde ik de tranen stromen bij nieuwsberichten: hartverscheurend is het om te beseffen wat andere mensen moeten doormaken. Ik wil niet wegkijken. Maar ik wil het soms ook zo graag niet zien. Omdat ik me machteloos voel, schuldig en beschaamd ook. Dat we dit toelaten met elkaar. Dat we er dag na dag naar zitten te kijken. En dat niemand lijkt in te grijpen.
Ik wil niet wegkijken. Maar ik wil het soms ook zo graag niet zien.
Het voelt soms vreemd om na de blikken op intens verdrietige kinderen die tussen de brokstukken van hun oude stad om hun moeder of vader roepen de tuin in te lopen. Je tranen te drogen en bij het zien van een plantje ineens te denken: hé, prachtig, wat groeit daar nou? Zo dubbel. Ik wil wel meeleven en ik doe dat ook. Maar tegelijkertijd is er de opluchting dat wij in vrede en relatieve veiligheid leven. Dat wij op een zonnige avond door de tuin kunnen dwarrelen, met een glas wijn in de hand de zon zien ondergaan en daarna tijdens het laatste, doodstille rondje met de hond oneindig veel sterren tellen.
Dan maar liever géén beelden zien soms. Offline blijven. Verdriet, angst, wanhoop en somberheid niet actief oproepen. Het nieuws even negeren, de telefoon op het bureau laten liggen. Dat laatste is sowieso geen slecht idee. Ik heb weken dat ik ’s avonds in bed, vlak voordat het licht uitgaat, nog mailtjes lig te beantwoorden of een waslijst boodschappen bij de grootgrutter bestel. De volgende ochtend heb ik de telefoon al in mijn hand voordat het licht weer aan is. Even checken of die laatste mails al beantwoord zijn, wat er gebeurd is in de wereld, of die vriendin nu heeft laten weten waar we gaan eten dat weekend. Hoeveel fijner is het om offline te zijn. De dag te beginnen met een paar baantjes in de zwemvijver, een douche en een cappuccino. Even nog helemaal niets zien, horen of lezen over wat er in de wereld of mijn eigen netwerk gebeurt.
Het nieuws even negeren, de telefoon op het bureau laten liggen.
Als de dagen korter worden en we meer naar binnen trekken, ligt de verleiding van streamingsdiensten, telefoon en televisie weer op de loer. Maar het is mij goed bevallen de afgelopen tijd: een beetje meer offline zijn. Ik ga proberen dat ook in de komende periode door te voeren. Minder schermtijd. Minder wereldnieuws. Minder constante verbinding. Niet om weg te kijken. Wel om zelf op te laden en op die manier wellicht iets meer te kunnen bijdragen aan een mooiere wereld. In welke vorm dan ook. Een praatje met de buren kan immers al een positief verschil maken. Misschien wel juist in deze tijd.
Deze column is eerder verschenen in Landidee (september 2025, nummer 8), een uitgave van Vipmedia.


